Vliegende Flip Kowlier

Eind februari was Flip Kowlier al voor de derde keer enkele dagen te gast als artiest in huis. De West-Vlaamse bard moet het duidelijk naar zijn zin hebben in Destelheide. Een kort maar krachtig interview over zijn nieuwe plaat, circus en vliegeren.

 

Dag Flip. Waarvoor ben je deze keer in Destelheide komen repeteren?

Flip Kowlier: “Ik ben momenteel aan een nieuwe plaat aan het werken. Vooraf had ik al de teksten geschreven en enkele muziek-demo’s gemaakt, die ik hier voor het eerst aan de muzikanten van mijn groep heb laten horen. Zij zoeken er de juiste baslijn of drum­partij bij, waarna we de nummers al wat inspelen. Later dit voorjaar trekken we de studio in om de plaat op te nemen. Pas in het najaar zal de nieuwe cd ook in de winkelrek­ken liggen.”

Aan welke stijl mogen we ons deze keer verwachten? Op je vorige cd Otoradio experimenteerde je met reggae, terwijl je met ’t Hof van Commerce onlangs weer als hiphopper tourde.

“De nieuwe plaat zal meer teruggrijpen naar mijn roots, naar de Flip Kowlier van de beginjaren. Een titel heb ik nog niet, maar momenteel gaan een aantal nummers over circus. Niet in die mate dat het een themaplaat wordt, maar ik laat me wel inspireren door de setting van een klein, rondreizend circus. Dat spreekt echt tot de verbeelding, merk ik ook bij mijn zoontje van vijf wanneer we samen naar het circus gaan.”

In 2007 heb je jouw album ‘De Man van 31’ in Destelheide opgenomen. Nu kom je hier voor de eerste repetities van nieuwe nummers. Is dat een hele andere dynamiek?

“Dat is uiteraard anders, maar ik kom hier vooral om rustig in de natuur te kunnen werken. Ver weg van de wereld, met weinig afleiding. In die zin is het nu dus niet zo anders dan toen we hier de plaat opnamen.” 

De studenten lerarenopleiding die hier tegelijkertijd verbleven, kregen als eerste buitenstaanders je nieuwe nummers te horen. Hoe verliep die try-out?

“Heel plezant, al was het voor ons zeker nog wat vroeg in het repetitieproces. Maar doordat er een try-out gepland was, was er wel iets om naartoe te werken. We hebben het gezellig gemaakt en de studenten rondom de instrumenten laten zitten. Aan het einde van de try-out vroegen de meisjes – het waren allemaal vrouwelijke studenten – of we ook een ouder en bekender nummer konden spelen. Dat vonden we goed, op voorwaarde dat ze daarna ook zelf een nummer zouden spelen.” 

En gebeurde dat ook?

“Ja. Eén van hen kroop achter de piano en plots begonnen alle andere meisjes een nummer te zingen dat ze vorig jaar op school hadden geleerd. De muzikanten van mijn band improviseerden mee op hun instrumenten, terwijl ik de dirigent speelde. Het geluid van dat experiment hebben we opgenomen. Misschien ga ik later nog met die audiotapes aan de slag (lacht). We hebben ook heel wat gefilmd tijdens onze repetities. Ik wilde graag het proces eens documenteren, dus misschien maken we wel een making of van de nieuwe plaat met beelden uit Destelheide.” 

Ik zag je ook met een vliegertje spelen op het domein. Ben jij een vliegerfanaat?

“Stiekem wel. Als kind droomde ik er altijd al van. Mijn vader bouwde modelbouwvliegtuigen waarmee hij in het weekend ging vliegeren. Het zit dus in de familie. Zelf heb ik ondertussen ook een paar modelvliegtuigjes. De techniek is er tegenwoordig veel op vooruit gegaan en bovendien zijn ze ook vrij betaalbaar geworden. Hier in Destelheide is het ideaal om te vliegeren: ik doe dat zowel op het domein als binnen in zaal De Put.”

Ik heb ook gehoord dat je geen onverdienstelijke dj-capaciteiten hebt…

“Dat is overdreven (lacht). Ik speel maar wat nummers na elkaar. Gewoon het kabeltje verplaatsen van de ene naar de andere smartphone aan de dj-tafel. Ik vind het wel plezant om hier in Destelheide muziek te draaien ’s avonds in de bar. Ik sluit me niet graag af van de andere groepen op het domein.”

Hoe kijk je eigenlijk terug op jullie comeback met ’t Hof van Commerce?

“Dat was echt heel tof. We heb­ben onlangs nog wat materiaal opgenomen dat we in de toekomst gaan uitbrengen. Er komt dus zeker nog een nieuwe cd aan. Deze zomer spelen we ook terug op de festivals. Als ’t Hof van Commerce daarna even terug in de koelkast zit, breng ik in het najaar dan mijn nieuwe soloplaat uit. Ik vind het goed om die dingen gescheiden te houden.”

Site Flip Kowlier

Filip Tielens