De kunst van het spelen

Freek Stevens is jeugdwerker, en Randi De Vlieghe is naast acteur en danser ook choreograaf. Beiden komen ze vanuit hun functie geregeld in Destelheide over de (dans)vloer.

Wij brachten hen samen voor een gesprek over hun favoriete eiland.

Met welke organisaties komen jullie in Destelheide?

Freek Stevens: “Tien jaar geleden volgde ik mijn eerste cursus bij crefi in Destelheide. Ondertussen ben ik zelf instructeur bij crefi, en geef ik ook vorming in Destelheide voor Scouts en Gidsen Vlaanderen, waar ik werk.”

Randi De Vlieghe: “Ik denk dat ik een vijftal keer in Destelheide geweest ben. Eerst met de jongerenproducties die ik bij fABULEUS maakte of coachte, daarna twee keer met de Zomeracademie waar ik de zangworkshop assisteerde, en afgelopen jaar met mijn dansvoorstelling Blauwe Storm.”

In welke fase van een voorstelling kom je dan repeteren in Destelheide?

Randi: “Dat kan in de eerste weken van een repetitieproces zijn, wanneer de spelers elkaar nog niet zo goed kennen, maar ook in de laatste fase om een voorstelling af te monteren. In die laatste weken is werken in Destelheide erg handig: niemand moet zich meer bezighouden met bus, tram of eten…”

Gendarme

Is het anders om in Destelheide te zijn met een jongerenproductie/basiscursus dan met professionele dansers/kadervorming?

Randi: “Met professionelen is het iets rustiger omdat je hen niet de hele tijd moet begeleiden. Als je met jongeren goed afspreekt hoe laat de repetitie begint en eindigt, lukt dat ook wel. Dan gaan ze tussendoor zichzelf bezighouden, zoals op een kamp. Met jongeren heb ik ook meer tijd nodig om de repetitie voor te bereiden.”  

Freek: “Voor basiscursisten is het de eerste keer dat ze zoveel verantwoordelijkheid hebben. Je kan hen ook op hun verantwoordelijkheid wijzen die ze als animator nodig hebben, als ze wat te lawaaierig zijn of zo. Maar dat werkt niet altijd (lacht).”

Randi: “Als het een jongerenproductie is, wil ik na acht uur niet meer de gendarme moeten uithangen om ze rustig te krijgen (lacht).”

Wat is het strafste dat jullie in Destelheide al hebben meegemaakt dan?

Freek: “Ik werd eens wakker in onze kamer die de cursisten vol wc-papier gesmeten hadden ’s nachts. Bleek dat een mede-instructeur onze gasten had opgestookt om zoiets te doen omdat ze te braaf waren (lacht).”

Randi: “Als er bij ons iets voorvalt, is het meestal een blessure of een danser die flauwvalt. Je werkt zo intensief, dat er soms wel eens iemand fysiek over de schreef gaat. De vloer in De Put is erg hard, omdat het geen zwevende vloer is. Er meer dan één of twee weken werken, kan blessures veroorzaken. Maar ik kan natuurlijk niet verlangen van Destelheide dat ze er een zwevende vloer aanleggen, want dat is een heel grote investering. Er worden volgens mij ook meer theater- en muziekproducties afgewerkt dan dansvoorstellingen, en zij hebben dat minder nodig.”

Is er nog iets dat volgens jullie ontbreekt in Destelheide?

Freek: “Een leuk speelbos zou altijd leuk zijn (lacht).”       

Randi: “Afhankelijk van de productie logeer ik wel eens in De Slekke, en die afzondering vind ik heel aangenaam. Aan het einde van een lange dag moet ik soms echt eens alleen kunnen zijn. Er mag misschien nog zo’n plaats als De Slekke zijn waar je je even kunt isoleren. Als het goed weer is in de zomer, kan dat natuurlijk altijd wel buiten, of anders in het lokaal waar je overdag al aan het werk was. In de afgezonderde ruimte in de bar de dag nog even evalueren, dat zou ik toch moeilijk vinden.”

Freek: “Op cursus doen wij dat meestal wel. Die ruimte is niet echt geluidsdicht, maar je ziet er wel de cursisten bezig. Ik probeer de avondactiviteiten meestal mee te maken, omdat ik erg graag in de bar van Destelheide ben.”

Is de dagindeling van Destelheide soms niet te strikt voor dansers of jeugdwerkers? Creativiteit volgt immers niet altijd de klok.

Freek: “Er is een goed contact met het kookpersoneel en de mensen van de bar. Er valt altijd wel te praten als we wat later zullen zijn.”

Randi: “Bij ons is het de grap dat we altijd maar aan het eten zijn (lacht). De maaltijden volgen elkaar snel op, en dan zijn er ook nog de koffiemomenten. Voor professionele dansers is het niet altijd gemakkelijk om met een volle maag terug aan de slag te gaan. De voormiddag vliegt ook snel voorbij: er is de opwarming, je geeft een paar opdrachten, en voor je goed begonnen bent, is het alweer etenstijd. Normaal zou je bij repetities tot één uur of half twee doorwerken, en dan gauw een broodje eten. Maar het is natuurlijk fantastisch dat er in Destelheide zo’n lekker eten is.”

Jullie zijn waarschijnlijk al vaak in andere vormingscentra of residenties geweest. Hoe kan je Destelheide met hen vergelijken?

Freek: “De andere domeinen waar ik kom, zijn eigendom van de Scouts zelf. Daar richten we ons meer op de natuur, met sjortechnieken en touwenparcours en zo, terwijl we in de vormingen in Destelheide meer op het muzische werken. In Destelheide moet je je niets meer aantrekken: er wordt voor jou afgewassen, en in de bar is alles voorzien, terwijl je op andere domeinen nog zelf je muziekinstallatie moet installeren.”

Randi: “Ik ben eigenlijk nog niet echt ergens anders in residentie geweest. Met fABULEUS komen we naar Destelheide omdat we in de Molens van Orshoven niet altijd over repetitieruimte konden beschikken. Het voordeel is dat de jonge gasten waarmee je werkt, niet iedere dag anderhalf uur onderweg zijn naar Leuven, en dat ze niet steeds broodjes moeten voorzien.”

Is Destelheide echt een eiland waar je afgesloten bent van de omgeving?

Randi: “Als je echt niets nodig hebt, ga je de hele week niet van het domein af, denk ik. Ik zou dat af en toe wel eens willen, eens een avond naar Brussel gaan ofzo, maar je hebt natuurlijk de verantwoordelijkheid over de groep. In Dworp zelf is er niet zoveel te doen. Behalve een schone wandeling maken.” 

Freek: “… of de frietkraam bezoeken (lacht). In Destelheide kan je je de hele week concentreren. Je moet je met niets anders bezighouden dan je eigen cursus geven. Zalig.”

Wow-moment

Is er eigenlijk veel interactie tussen de kunstenaars en de jeugdgroepen die in Destelheide werken?

Freek: “Ik heb al een aantal cursussen gegeven waarbij fABULEUS of Danskant ook in Destelheide aanwezig waren, en meestal gaan we dan naar hun toonmoment of try-out kijken. Je komt elkaar natuurlijk ook wel tegen in de eetzaal of in de bar. De eerste avond(en) zijn de groepen meestal nog gescheiden, maar later mengen ze zich wel.”

Randi: “Iedereen heeft natuurlijk een druk programma af te werken en is vaak met andere dingen bezig. Bij de Zomeracademie is dat natuurlijk anders, omdat iedereen daar voor een workshop komt.”

Doe je eigenlijk veel met de feedback die je krijgt na een try-out?

Randi: “We vragen toch steeds wat reactie uit het publiek. Al vind ik het belangrijker dat je door zo’n try-out verplicht wordt om naar een toonmoment toe te werken en structuur aan te brengen in je materiaal. Meestal zit ik zelf ook nog te kijken wat ik nu precies heb gemaakt en heb ik er nog vragen over. Een try-out is dus erg nuttig.”

Komen kunstenaars ook kijken naar de toonmomenten of de spelen van jeugdwerkgroepen?

Freek: “Aan het einde van een animatorcursus werken we altijd toe naar een toonmoment. We proberen dan de andere groepen ook naar ons te laten komen kijken. Het is wel fijn om bv. een theatergroep te laten zien hoe het jeugdwerk met die dingen omgaat. Op zich vragen wij geen feedback achteraf. We proberen onze cursus af te sluiten met een echt wow-moment.”

Randi, is het anders om met de Zomeracademie in Destelheide te zijn dan met een productie?

Randi: “Het opzet is helemaal anders, denk ik. De Zomeracademie is enkel voor 18+, meestal zijn de deelnemers werkende mensen die een week verlof nemen of al een gezin hebben. De deelnemers wagen zich vaak ook aan een discipline waar ze tijdens het jaar geen tijd voor hebben of die ze nog nooit geprobeerd hebben. Op hun 40ste, 50ste of 60ste worden ze dan plots een songwriter voor een week. De Zomeracademie is ook veel rustiger, met minder hormonen die aan het uitbarsten zijn (lacht). Ik heb tot nu toe op de Zomeracademie enkel maar als bewegingscoach voor de zanglessen van David Davidse gewerkt, waardoor mijn rol eerder aanvullend was. Bij een productie heb je meer doelgerichte dingen voor ogen.”

Zou je zelf ook eens de theater- of dansworkshop willen geven op de Zomeracademie?

Randi: “Ik vind het moeilijk om aan dans te werken als er niet meteen een productie aankomt. Iemand als Filip Van Huffel doet dat fantastisch, hij geeft erg veel les. Het is natuurlijk een heel diverse groep. Bij sommige mensen liggen na twee dagen de voeten misschien al open, of wil hun rug niet meer mee. Ik denk dat ik dan niet zo diplomatisch zou zijn (lacht). De mensen komen natuurlijk voor hun plezier.”

Zijn er eigenlijk al veel vriendschappen en romances ontstaan in Destelheide? En blijven die dan duren?

Freek: “Ik denk dat je een mooie reünie zou kunnen maken van alle koppeltjes die al in Destelheide gevormd zijn. Het gebeurt wel vaak dat deelnemers aan een cursus achteraf nog een reünie organiseren, maar zelf zal ik dat niet meteen stimuleren.”

Randi: “Bij de Zomeracademie spreken mensen uit dezelfde discipline nog wel eens af tijdens het jaar. Al is dat ook niet wekelijks, want ze komen natuurlijk van overal. Met de jongerenproducties repeteren we gewoon verder, het heeft dus weinig zin om na ons verblijf in Destelheide nog extra reünies te organiseren.”

Destelheide-vos

Kan Destelheide een actievere rol spelen in de podiumkunsten- of jeugdsector?

Freek: “Voor het jeugdwerk is het sowieso interessant als er grote vormingsdagen georganiseerd worden voor verschillende organisaties. Maar meestal wordt dat door de sector zelf al georganiseerd, zoals bv. door Steunpunt Jeugd. Destelheide kan hier zeker een actievere rol in spelen, alleen weer ik niet zo meteen of ze dat ook moeten doen.”            

Randi: “Het zou leuk zijn, maar misschien moeilijk haalbaar, als Destelheide een grotere rol zou kunnen spelen door bijvoorbeeld co-producties aan te gaan met gezelschappen. Niet zozeer financieel, maar door hun locatie beschikbaar te stellen. Destelheide beschikt over een fantastische accommodatie, maar voor een organisatie is dat een grote hap uit het budget. Als beginnende vzw of theatergezelschap zal je misschien sneller naar een cultureel centrum of zo gaan met de vraag of je daar de zaal mag gebruiken om te repeteren.”  

In de jeugdsector is Destelheide een bekend instituut, maar is het dat ook in de podiumsector?

Randi: “Als ik met andere artiesten over Destelheide spreek, zeggen ze me vaak wel dat ze er al geweest zijn, maar dan meestal in functie van het jeugdwerk. Niet iedereen wil natuurlijk een week lang de hele dag bij elkaar zijn. Sommige acteurs of regisseurs hebben ook een gezin, of willen ’s avonds liever op café gaan. Professionele spelers zijn overdag toch altijd beschikbaar om te repeteren. Voor jonge gasten ligt dat anders: Destelheide is makkelijk om hen bij elkaar te krijgen. Soms moeten ze misschien nog studeren, maar dat kunnen ze in Destelheide ook doen.”

Wat zijn eigenlijk jullie topherinneringen aan Destelheide?

Freek: “Ik heb goede herinneringen aan de crefidagen die begin oktober georganiseerd worden voor de animatoren en instructoren. Ik herinner mij nog hoe de organisatoren het hoofdgebouw helemaal naar hun hand gezet hadden, er reden auto’s over het terrein rond, iedereen was verkleed… En wat ik me ook herinner: de Destelheide-vos! Er loopt in de buurt van De Klei en het muziekgebouw een vosje rond, en als je ’s avonds op een bankje zit, kom je die soms wel tegen.”

Randi: “Die natuur vind ik ook wel de grootste troef van Destelheide. Het zicht uit het restaurant: fantastisch! Ik ben ook telkens blij wanneer ik bij een productie de klik voel en op een bepaald punt nieuwe inzichten krijg. Ook een hoogtepunt: tijdens de Zomeracademie laat David Davidse de deelnemers altijd de Brabançonne zingen op de Nationale Feestdag. En waar ik ook vaak aan terugdenk: de halve appeltjes tijdens het avondmaal (lacht).

Filip Tielens