Stijn terug naar de sterren

Stijn Meuris is een vlotte prater. Terwijl zijn groep binnen de gitaren stemt, praten wij met hem op een bankje in Destelheide over de nieuwe plaat die hij met Meuris aan het maken is. Ook op zijn 47ste is het heilige vuur bij Stijn nog lang niet uitgeblust: “Ik vrees dat ik net als Obelix in de toverketel ben gevallen”.

Stijn Meuris: "We zijn nu met Meuris in de voorbereiding van een nieuw album. Dat gebeurt altijd in verschillende fases. Tot nu toe hebben we vooral gerepeteerd in ons eigen kot. Maar als je de nummers echt wil kunnen afwerken, is er toch weer de gejaagdheid van iedere dag die in de weg zit.”

“Muzikanten die al om vier uur op hun horloge kijken omdat ze nog les moeten geven of ik die nog dingen moet doen… Heel moeilijk om te focussen dus. Regelmatig proberen we daarom om een paar dagen na elkaar op een neutrale plaats te repeteren, zoals hier in Destelheide. De plaat is nog lang niet klaar na deze drie dagen hier als artiest in huis. In het najaar gaan we pas de studio in, om dan naar schatting in januari 2013 het nieuwe album uit te brengen.”

“Ik zou erg graag een plaat maken met heel duidelijke singles op. Nu ga ik een gewaagde theorie lanceren: naarmate een groep beter wordt en je zelf steeds meer begint te kunnen, verlies je je op de duur snel in een soort musician music. Als we met Meuris nog een bepaalde relevantie willen hebben – die ik zeker wil – moeten er gewoon een paar heel sterke singles op die nieuwe plaat staan. Al kan je dan nog niet voorspellen of die nummers op de radio gedraaid zullen worden, maar daar mag je je niet mee bezighouden. Bij Noordkaap wist ik heel duidelijk of een nummer een sterke single zou kunnen worden, vanaf Monza werd dat een stuk moeilijker.”

"Zelf hou ik van de meest uiteenlopende muziekstijlen. Dat gaat van de meest transparante popmuziek over americana tot metal. Maar er zijn natuurlijk ook de klassiekers die ik altijd goed zal blijven vinden, zoals Nick Cave, of Neil Young in 80 procent van de gevallen. Met de meeste vormen van elektronische dance heb ik – en ik wik mijn woorden – dan weer niets, terwijl ik wel van andere vormen van dansmuziek hou. Ook die nieuwe generatie modern soft soul, genre Rihanna, kan me niet echt bekoren. Er moet altijd een herkenning zijn, al kan ik moeilijk uitleggen wat die juist inhoudt. Soms herken ik de code gewoon niet meer en wordt het heel moeilijk om mezelf daar in te forceren. Ik ben nochtans zeer ontvankelijk voor nieuwe muziek.”

Adhd

“Deze zomer ga ik veel optreden samen met Rick De Leeuw. Met Meuris zouden we toch niet spelen deze zomer, en Rick – die bij hetzelfde management zit – had ook zin om op tournee gaan. We hebben een heel eenvoudig maar charmant idee: een best of both worlds. We hebben ons weinig scrupuleus afgevraagd welke de bekendste nummers van Noordkaap en Tröckener Kecks zijn, en die spelen we. Dat klinkt heel commercieel, maar tegelijkertijd ook heel eerlijk. We weten ook dat de meeste festivals waarop we spelen gratis zijn, en dat er een zeer gemengd publiek op afkomt die je niet moet vermoeien met jouw nummer van acht minuten dat je zelf het mooiste vindt. Met Rick De Leeuw heb ik trouwens echt my master ontmoet. Hij heeft al evenveel adhd als ik (lacht)! Al zou je het niet meteen zeggen, toch is Rick net als ik een zeer grote controlefreak. Het is grappig hoe twee heren op leeftijd met de gretigheid van twee jonge wolven urenlang in een repetitiekot zitten te pietepeuteren over bepaalde noten.”

“Afgelopen voorjaar ben ik met Tom Pintens en Gregory Frateur met de voorstelling Zware Metalen op tournee geweest, en daar was ik vooraf toch een beetje voor op mijn hoede. Toen het Nieuwjaar was en ik besefte dat we over vier dagen première hadden, keek ik er toch een beetje tegen op. Maar de repetities liepen prima. We hebben drie stemmen die zeer complementair zijn: ik de forse rockstem, Tom die prachtig melodieën zingt, en Gregory die alles kan met zijn stem, van opera tot glamrock. Ook de voorstellingen waren een succes. Al kregen we slechte recensies in de pers, terwijl ons eerste optreden in De Roma nota bene een groot succes was, waarbij 650 mensen een hele leuke avond hadden en dat ons achteraf ook allemaal kwamen zeggen. Maar helaas stuurde De Morgen daar zijn metalspecialist op af, en die schreef een vernietigende recensie. Het is gek hoe één artikel ons een hele tournee kon blijven achtervolgen. De mensen kwamen achteraf zeggen dat ze geschrokken waren dat ons optreden toch goed was.”

“Ik ben er mij van bewust dat ik moet opletten met de verschillende muzikale zijstappen die ik zet. Het publiek gaat misschien denken ‘daar heb je hem weer’. Maar ik ben ooit zoals Obelix in de toverketel gevallen, en dat betekent dat er iedere dag een idee is dat ik zou willen uitvoeren. Ik moet een beetje remmen, want ik ben vaak een vogel voor de kat. Ik ben snel te overtuigen van iets, en ik meen alles wat ik doe ook altijd heel fel. Er is nooit een half engagement. Vermoeiend! Ik ben heel blij dat ik bij een management zit dat zegt dat ik vanaf dit najaar enkel nog met de nieuwe plaat bezig mag zijn (lacht).”

Flesje cola

“Eén dag in de week werk ik ook voor Woestijnvis. Ik had tien jaar lang een rubriek op vrijdagavond waaraan ik meewerkte, waarvan de laatste jaren Het Gesproken Dagblad. We weten nog niet precies hoe het vernieuwde Man Bijt Hond er op Vier gaat uitzien, maar ik kan er zeker blijven werken. Als freelancer maak ik ook geregeld reclamespotjes, wat ik zéér graag doe, hoewel ik zelf niet graag naar reclame kijk. Reclamefilmpjes zijn korte opdrachten waar je zo’n twee weken mee bezig bent: je brainstormt, en dan volgt wat ik ‘een korte technische actie’ noem: het filmen en monteren. Ik ben ook nog een programma aan het ontwikkelen voor Canvas, wat ik ooit al eerder deed voor ‘Stijn en de Sterren’. Daar is dan later een lezingenreeks uit voortgekomen, met ondertussen drie uitbreidingen. Die monologen over astronomie doe ik echt het allerliefst van allemaal. Ik kom telkens in een flow, waardoor ik op het einde denk: ‘Stijn, anderhalf uur geleden hebt ge uw eerste woord gezegd, toen stond daar een gesloten colaflesje op tafel, en nu zit dat nog steeds vol!’ (lacht).”

“Die monologen vlotten alsof het niets is, maar vraag me niet om twee liedjesteksten van Tröckener Kecks uit het hoofd te leren, want dat kan ik niet. De beperkte opslagruimte van de geest is soms bereikt. Dingen die ik schrijf, kan ik wel perfect onthouden. Alhoewel: zo was ik onlangs, letterlijk tijdens de afwas, op medium volume naar Radio 1 aan het luisteren. Er begint daar zo’n nummer, waarvan ik denk ‘f***, dat is een goede riff! Dat is lekker, dat ken ik niet!’, waarna blijkt dat het Stil Verdriet was, een nummer uit de eerste plaat van Noordkaap, dat al twintig jaar niet meer op de radio gedraaid wordt. Er moet toch iets zijn wat maakte dat ik net dat nummer meteen zo goed vond.”